De Turkse Angora

De Angora, een van de meest extroverte en aanhankelijke kattenrassen ter wereld, heeft een zeer interessante en fascinerende geschiedenis en wordt tot op de dag van vandaag nog altijd beschouwd als een nationale schat in het land van herkomst. Het zijn de voorouders van vele halflanghaarrassen zoals de Maine Coon, de Noorse Boskat en de Pers. De Angora is niet alleen zeer intelligent, maar ook bijzonder lief en speels, wat maakt dat het ideale katten zijn voor families met kinderen. Deze elegante en sierlijke katten zijn meestal de eersten die een gast in huis verwelkomen. Het is niet ongewoon dat ze als ‘gastheer’ of ‘gastvrouw’ optreden tijdens een van uw feestjes, waarbij elke gast uitgebreid wordt onderzocht, gekeurd en vervolgens wordt bezig gehouden. Niet voor niets staat de Angora (net als de Turkse Van) ook wel bekend als ‘de hond onder de katten’.

Oorsprong

De Turkse Angora is, hoewel niet het oudste ras, wel het oudste bekende kattenras ter wereld. Het ras dankt haar naam aan de stad Angora, de oude naam van het huidige Ankara (toen een klein bergdorpje, tegenwoordig de hoofdstad van Turkije). Vermoedelijk stamt de Turkse Angora, net als alle andere Oosters getypeerde katten, af van de Afrikaanse wilde of gele kat (Felis Silvestris lybica) en/of van de Ethiopische gele boskat (Felis Silvestris ocreata). De oorsprong van de mutatie voor de kenmerkende (half)langhaarvacht ligt waarschijnlijk in de regio Zuid-Rusland/Turkije/Iran.

Introductie in West-Europa

Er wordt vanuit gegaan dat er vóór 1600 geen (of nauwelijks) langharige katten voorkwamen in West-Europa. De eerste langharen werden vermoedelijk pas rond 1620 naar West-Europa gebracht. In de eeuwen hiervoor was de wereld langzaamaan steeds ‘groter’ geworden, dankzij ontdekkingsreizigers. Alles draaide om wetenschap; er was een enorme behoefte aan kennis en aan verbreding van de horizon. De mensen die het zich konden veroorloven, maakten reizen over de wereld. Zij die dit niet konden, vergaarden kennis en vonden avontuur in het lezen van reisverhalen. Reizigers brachten de meest wonderlijke en exotische voorwerpen, planten en dieren mee terug naar West-Europa. Het was dan ook in deze periode dat de West-Europeanen een prachtige halflangharige kat ontdekten, die leefde in het gebied tussen Zuid-Rusland, Turkije en Perzië (het huidige Iran).

Vermoedelijk was het de Italiaanse avonturier en ontdekkingsreiziger Pietro della Valle die het ras voor het eerst beschreef; hij maakte tussen 1614 en 1626  een lange reis door het midden-Oosten en Azië en ontdekte deze katten in Chorazan in Oost-Perzië (het huidige Iran). Volgens hem waren het grote, elegante katten met een fijne, zachte, lange vacht, die met name krulde onder de borst. Het mooiste van de katten was volgens hem de staart; vol behaard en wel vijf tot zes vingers breed. Een tijdgenoot van della Valle, de wetenschapper Nicolas-Claude Fabri, seigneur de Peiresc, kreeg aan het begin van de 17e eeuw enkele Angora katten rechtstreeks uit Turkije en begon hiermee een fokprogramma. De beschrijving die hij van het ras gaf, kwam nagenoeg overeen met de omschrijving van de katten die Della Valle had aangetroffen in Chorazan, wat het aannemelijk maakt dat zij het over hetzelfde ras hadden. Dit wordt nog eens bevestigd door de graaf de Buffon, die beide katten observeerde en schreef dat de katten uit Perzië, afgezien van de kleur, exact leken op de katten van Angora (Ankara).


‘Franse kat’

De langharige (bij voorkeur geheel witte) katten werden in eerste instantie vooral geïntroduceerd in de bovenste laag van de maatschappij. De Peiresc verkeerde zelf in de betere kringen en verkreeg vaak dure, bijzondere voorwerpen van anderen door ze te ruilen voor een van zijn prachtige Angora katten. Via dit soort handeltjes vonden veel Angora’s een nieuw thuis bij een rijke, vooraanstaande familie. Zo gaf De Pereisc bijvoorbeeld een witte Angora met goudkleurige ogen cadeau aan de Franse staatsman kardinaal De Richelieu (de Richelieu was een kattengek en bezat er zeker tien!). Ook Lodewijk XV en zijn vrouw Maria waren buitengewoon gesteld op hun spierwitte Angora kat. De elegantie van de langharige kat maakte het dier in deze tijd werkelijk tot een veelgevraagd statussymbool voor de aristocratie en alleen de aller rijksten. Op menig schilderij uit de 18e en 19e eeuw worden de langharige katten afgebeeld, bijvoorbeeld op het werk van de Franse schilder Jean Jacques Bachelier, op die van Jean-Baptiste Perronneau en op die van Louis Leopold Boilly (zie afbeelding hiernaast). De meeste populariteit verwierf het dier vanaf de tweede helft van de 18e eeuw. Juist omdat het ras vooral in Frankrijk zoveel aanzien genoot bij de rijken en de aristocratie, werd de Angora ook wel ‘de Franse kat’ genoemd. Maar daarnaast werden deze langharige katten afwisselend Russen, Perzen of Angora’s genoemd.

Van de troon gestoten

Zoals gezegd bestond aan het einde van de 19e eeuw onder kattenliefhebbers in Europa de gewoonte om bepaalde langharen te behandelen als afzonderlijke rassen. Zo kende men naast de Angora’s ook de Perzen en de Russen. Er kwam een einde aan de enorme populariteit van de Angora, toen de leidende katten-autoriteiten in Engeland besloten dat er één naam moest komen voor alle langharige katten, namelijk ‘Langharen’ (en in Amerika koos men voor de naam ‘Perzen’, zoals wij die tegenwoordig ook kennen). Harrison Weir, kattenliefhebber en organisator van de allereerste kattenshow (1871) stelde tegelijkertijd een standaard op voor deze Langharen: ‘Kop: rond en breed met wijd-uiteenstaande ogen van middelmatige grootte; tamelijk korte neus, oren van normale afmeting, maar kleinlijkend door de lange haren eromheen’.
Helaas werd deze standaard door sommige fokkers iets te letterlijk geïnterpreteerd en zo begon men een ras te fokken - onder andere door het inkruisen van stevig gebouwde lokale katten - met een type dat in de verste verte niet meer leek op de slanke, gracieuze bouw van de oorspronkelijke Angora’s. De Langharen/Perzen, die een steeds langere vacht kregen en een steeds luxere uistraling, wonnen steeds meer aan populariteit en de oorspronkelijke Angora raakte in vergetelheid. Volgens een aantal bronnen stierf het ras zelfs bijna volledig uit. Om dit te voorkomen startten de dierentuinen van Istanbul en Ankara rond 1900 een fokprogramma om de Turkse Angora voor uitsterven te behoeden. Wel dient hierbij vermeld te worden dat men zich bij dit fokprogramma in Turkije puur en alleen richtte op de geheel witte Turkse Angora. Het is goed mogelijk dat er van deze witte dieren in deze tijd inderdaad niet veel exemplaren meer over waren, maar in de straten van elke Turkse stad kon men nog steeds meer dan voldoende prachtige gekleurde halflangharige katten vinden met een klassieke, elegante bouw conform het oorspronkelijke Angora type. Het blijft dus een discussie-punt of het ras daadwerkelijk ooit ‘bijna uitgestorven’ raakte, of dat men in dat geval alleen op de witte Angora’s doelde.

Opnieuw ontdekt en erkend

Pas tussen 1950 en 1960 slaagden Amerikaanse fokkers – ondanks het exportverbod dat Turkije had ingesteld voor de witte Turkse Angora – er in om met behulp van de Turkse autoriteiten een aantal Angora’s uit de dierentuin van Ankara naar Amerika te brengen. Zo verkregen Walter en Liesa Grant als een van de eersten een paartje Angora’s genaamd Yildiz en Yildizcik (ster en sterretje). Later zouden zij nog meer dieren importeren. Deze eerste importkatten werden de stamouders van het huidige fokbestand. Rond 1960 werden ook de eerste Angora’s naar Europa gebracht. Zo werd het ras voor het eerst weer buiten Turkije gefokt.

Officiële erkenning

Pas in 1973 erkende de CFA (Cat Fanciers Organisation) voor het eerst de Turkse Angora. In eerste instantie alleen de geheel witte katten, maar in 1978 ook de gekleurde variëteiten. Bij de Europese FIFe (Federation Internationale Feline) duurde het tot 1 september 1988 voordat dit aloude ras, waaraan menig ander en veel recenter ras (zoals de Heilige Birmaan, en de Maine Coon) haar bestaan te danken heeft erkend werd, zij het dan uitsluitend in de witte versies. Pas in 1994 erkende de FIFe ook de gekleurde Angora’s.


Wit versus kleur

Zoals reeds gezegd waren het al die tijd vooral de witte Turkse Angora’s die het meeste aanzien hadden. De oorzaak hiervan ligt wellicht in het feit dat wit binnen veel culturen, waaronder de islamitische, geassocieerd wordt met ‘reinheid/zuiverheid’. Ondanks deze voorkeur voor wit, is de bewering dat gekleurde Angora’s niet raszuiver zouden zijn een absolute onwaarheid. Eenvoudige genetica leert ons dat uit twee witte katten, naast witte ook gekleurde kittens geboren worden. Met dezelfde ouders als zijn witte broertjes en zusjes is de gekleurde Angora dus even zo raszuiver.

Uiterlijk

De Angora is een sierlijke, middelgrote kat met een lang lichaam dat enerzijds zeer gespierd is, maar anderzijds toch zeer elegant oogt. Ze worden terecht wel vergeleken met ballerina’s en topatleten. De prachtige, halflangharige vacht heeft geen ondervacht en neigt daardoor van nature niet tot klitten, zoals bij Perzen wél het geval is. In het najaar en de winter is de vacht vaak beduidend langer (vooral de kraag) dan in het voorjaar en de zomer, wanneer ze zelfs wel kortharig kunnen lijken. De staart is volbehaard en zeer lang; wanneer de staart over de rug van de kat wordt teruggelegd, dient deze tot aan de schouderbladen te reiken. De ogen zijn amandelvorming en staan schuin geplaatst. Alle oogkleuren zijn toegestaan. Bij witte Angora’s komt het fenomeen ‘odd-eyed’ voor, waarbij één oog amberkleurig/groen is en het andere helder blauw.

Officiële rasstandaard

Kop: De wigvormige kop is in verhouding tot het lichaam klein tot middelgroot.

Ogen: groot, amandelvormig, enigszins schuin geplaatst. Ze kunnen elke oogkleur hebben, twee verschillende kleuren ogen (odd-eyed) komen relatief veel voor.

Oren: groot, lang, puntig en hoog op de kop geplaatst, bij voorkeur met lynx-pluimpjes.

Lichaam: stevig, gespierd, maar tegelijkertijd lenig en elegant, klein tot middelgroot formaat. Het beendergestel is fijntjes. Het lichaam is relatief lang en de achterpoten staan wat hoger dan de voorpoten, zodat de ruglijn enigszins oploopt naar de staart toe. Ze hebben kleine, ronde voetjes met pluimpjes tussen de tenen. De hals is slank, sierlijk en middelmatig lang

Staart: volbehaard, breed aan de wortel en spits toelopend. Wanneer de staart over de rug teruggelegd wordt, moet de staart tenminste tot tussen de schouderbladen reiken, maar liever nog verder.

Vacht: goed aansluitend, halflang, zeer fijn en zijdeachtig van structuur. Volbehaarde staart, kraag en broek.
Kleur: oorspronkelijke kleur is effen wit, tegenwoordig mag de vacht elke kleur en kleurcombinatie vertonen. Zilvergekleurde ondervachten zijn toegestaan.

 

Traditioneel type versus extreem (Amerikaans) type

Hoewel er één standaard geldt voor de Turkse Angora, moet opgemerkt worden dat er over de jaren toch kleine verschillen zijn ontstaan tussen het type Angora dat in Amerika gefokt wordt en het type waaraan de meeste Europese fokkers de voorkeur geven.

Over het algemeen is het Amerikaanse type wat slanker en eleganter gebouwd dan het Europese type. Het grootste verschil betreft echter de grootte en de plaatsing van de oren. Het Amerikaanse type Angora heeft duidelijk grotere oren, die dichter bij elkaar geplaatst zijn. Vooral bij kittens lijken deze oren vaak enorm. Elke fokker heeft zo zijn eigen ideeën over het ideale type Turkse Angora en de standaard is uiteraard op meerdere manier te interpreteren. Immers: hoe groot is groot? En hoe elegant is elegant genoeg? Ook onder keurmeesters bestaat hierover nogal eens een verschil van mening.

 

Karakter

 

 
Turkse Angora's zijn actieve, extroverte katten met een uitgesproken sociaal karakter naar mensen toe. Hun intelligentie komt tot uitdrukking wanneer ze ergens hun zinnen op hebben gezet; in korte tijd weten ze deuren en keukenkastjes te openen. Wil je dat ze iets niet leren, laat het ze dan vooral niet zien. Ze zijn ontzettend nieuwsgierig, alles wat  - en iedereen die - het huis binnenkomt, wordt uitgebreid besnuffeld en gekeurd. Ze zijn speels en ondernemend. Katten van dit ras zijn zeer gesteld op menselijk gezelschap en hebben soms de neiging zich te binden aan één persoon in het bijzonder, hoewel ze doorgaans met iedereen prima overweg kunnen. Ze geven veel aandacht en liefde, maar verwachten van u een even grote toewijding. Gezelschap is absoluut noodzakelijk voor de Turkse Angora. Wanneer u veel van huis bent, dan heeft de Angora een maatje nodig, bij voorkeur in de vorm van een andere kat (dit hoeft uiteraard geen Angora te zijn), maar ook met honden kunnen ze het meestal prima vinden. Omdat ze een eerlijk en evenwichtig karakter hebben, kunnen ze normaal gesproken goed overweg met kinderen. Als ze echter te grof of ruw behandeld worden, laten ze dit zeker weten, al zullen ze de kinderen niet rancuneus bejegenen.

 

Doofheid bij de witte Angora

Hoewel sommigen (met name veel Amerikaanse keurmeesters) er nog steeds van overtuigd zijn dat de échte Turkse Angora wit dient te zijn (en bij voorkeur ook nog eens met blauwe ogen), is men er inmiddels al vele jaren achter dat deze mooie witte vacht ook gepaard kan gaan met een vervelend neveneffect, namelijk doofheid. Rond 1900 werd voor het eerst een verband aangetoond tussen het W-gen (verantwoordelijk voor de witte vacht) en erfelijke doofheid. Om de kans op doofheid bij witte katten tot een minimum te beperken, is het in Nederland niet toegestaan om witte katten met witte katten te verparen. Een witte Angora dient derhalve altijd gekruist te worden met een gekleurde Angora, of de fokker ontvangt geen stambomen voor het nageslacht. Als extra maatregel dienen alle witte katten op doofheid getest te worden middels de zogenaamde BAER-test, welke in slechts enkele klinieken in Nederland wordt uitgevoerd. Uit deze test komt naar voren of de kat 100% hoort, éénzijdig hoort, of volledig doof is. Alleen met 100% horende katten mag gefokt worden. In Duitsland is het fokken met witte katten in sommige deelstaten verboden. In Amerika gelden geen beperkingen; het aantal dove kittens wat hier geboren wordt ligt dan ook aanzienlijk hoger dan in Europa. Overigens wordt ten onrechte wel eens beweerd dat witte katten met blauwe ogen altijd doof zijn en dat katten met twee verschillend gekleurde ogen (odd-eyed) altijd doof zijn aan de kant van het blauwe oog. Dit is onjuist. Doofheid komt bij alle oogkleuren voor.


Nieuwe varieteiten: points, lilac en chocolate

Al vele jaren worden er bij de fok van de Turkse Angora zo af en toe kittens geboren met een point-aftekening, zoals we dat kennen bij rassen als de Heilige Birmaan en de Siamees. Het point-gen is een recessief gen, wat pas tot uitdrukking komt wanneer een kat dit gen zowel van vader als moeder erft. Sommige fokkers zijn van mening dat de point-variëteit, alsmede het lilac en chocolate, niet thuis horen binnen het ras van de Turkse Angora. Volgens hen zijn deze variëteiten het ras binnen geslopen door het inkruisen van Oosterlingen (Siamezen, Balinezen en Oosters kortharen). Anderen beweren dat het gen wel degelijk van nature bij de Turkse Angora voorkomt. Zo is het een feit dat er dieren rechtstreeks uit de Ankara Zoo geïmporteerd zijn, die reeds in de eerste generatie kittens met point-aftekening produceerden.

 

Omdat het gen recessief is, was het voor fokkers jarenlang moeilijk zo niet onmogelijk om vast te stellen welke Angora’s dragers (carriers) waren en welke niet. Inmiddels is via DNA-onderzoek (een eenvoudige swab van het wangslijmvlies) door een laboratorium binnen enkele weken aan te tonen of een kat drager is van het point-gen of chocolate-gen. Dit maakt het voor de fokkers van nu mogelijk om bewust wél of bewust niet voor deze variëteiten te kiezen. Officieel zijn de kleuren point, chocolate en lilac overigens (nog) niet officieel erkend binnen de grotere rasverenigingen zoals TICA, CFA en FIFe.

Fokkers en rasverenigingen

Ondanks de herontdekking van het ras in Amerika en West-Europa is de Turkse Angora nog altijd redelijk onbekend bij het grote publiek. In Nederland houdt maar een vrij kleine groep van serieuze, toegewijde catteries zich bezig met de fok van de Turkse Angora. Velen van hen zijn aangesloten bij de rasclub ‘Turkse RasKatten Vereniging Lokum’. Deze club heeft een website met o.a. rasinformatie en een overzicht van Nederlandse catteries. Daarnaast wordt op de website melding gemaakt van beschikbare kittens en/of jong volwassenen. De link naar deze website: www.turkseraskatten.nl  

Bronvermelding:

The Rise of the Cat – Roger Tabor
De Turkse Angora  – M. Knubben-Winter
De kattenencyclopedie – Esther Verhoef-Verhallen
Turkish Angora Breed Article (CFA) – Iris Tanner
The Elegant Turkish Angora – Dolores Reiff
Rasbeschrijving TRVL – Marianne Hoogendoorn

 


Niets van deze website mag worden overgenomen zonder toestemming van de webmaster
(c) Copyright 2008 by Jaqueline Yildirim